Archives for category: Apple

IMG_0327

Deze week werd ik herinnerd aan Lisa, mijn eerste Apple computer. Nou ja, hij was van mijn baas, maar ik had ‘m uitgezocht. Het was de tijd dat de grafische user interfaces net waren ontdekt, en de Lisa was in 1983 de eerste commercieel verkrijgbare computer die daarvan gebruik maakte. Het was een revolutie. Tot dan toe werkten computers met beeldschermen vol tekst, en ingewikkelde codes om iets met die tekst te doen. De Lisa had een muis, en grafische beelden op het scherm die je kon aanwijzen. Nu weten we niet beter, natuurlijk, maar zo gaat dat met revoluties. De Apple Lisa was een prachtapparaat, maar helaas geen commercieel succes. Een jaar later kwam Apple met de Macintosh. Dezelfde ideeën en principes, maar 1/3 van de prijs. Dat sloeg beter aan, al duurde het nog jaren voordat de wereld erkende dat dit de toekomst was.

Apple is goed in revoluties. Al in 1977 was Apple het eerste bedrijf dat met een kant-en-klare personal computer op de markt kwam: de Apple II. Die was wel een succes, een groot succes zelfs. Met name in het onderwijs werd de Apple II op grote schaal gebruikt. Men roemde de uitbreidbaarheid (er konden insteekkaarten in). Met de Apple II werd de basis gelegd voor de huidige rooskleurige financiële positie van Apple. Daar werd wel een hap uit genomen door een paar floppers: Apple III, en Lisa dus. En in de periode dat Steve Jobs (tijdelijk) ontslagen was zijn er nog wel een paar missers gemaakt. Maar missers moet je maken, je leert ervan en het zorgt ervoor dat je daarna succes kunt hebben.

Welke revoluties zijn er daarna nog gekomen? De iPod, in 2001. Niemand had nog door dat het een revolutie was. De iPhone, in 2007. Apple werd uitgelachen, met name door de concurrentie (de sukkels). De iPad, in 2010. Tegen die tijd had de wereld door dat Apple op het juiste spoor zat, dus er werd niet meer heel hard gelachen. Inmiddels weten we dat al deze producten revoluties waren. Maar ik denk dat een product alleen niet voldoende is om een revolutie te zijn. De iPod zou geen succes zijn geworden als er geen dienst omheen was gebouwd: iTunes. De mogelijkheid om online muziek te kopen, per nummer, tegen lage kosten. De combinatie van het product en de dienst is de ware revolutie. Denk niet dat dat eenvoudig was: Apple heeft moeten knokken met de muziekuitgevers om ze over de streep te halen hun muziek beschikbaar te stellen in iTunes. Nu zien ze in dat ze het niet zouden hebben overleefd als ze niet hadden meegedaan. Een cd is een verouderd transportmechanisme, net als een grammofoonplaat. Digitale distributie is de methode die nu op grote schaal wordt toegepast.

Ook voor de iPhone gaat dit op: zonder de diensten rond het product is het gewoon de zoveelste telefoon. Natuurlijk, de bediening is anders, maar dan nog. Ook hier heeft Apple geknokt met de telefoonmaatschappijen om een veel grotere vrijheid te verkrijgen in wat de iPhone mag doen op het telefoonnet. Neem bijvoorbeeld sms: het was een cashcow voor de telefoonmaatschappijen, en de mogelijkheid om op de telefoon ook andere toepassingen te installeren (we noemen ze nu apps) was een bedreiging. Zeker als die apps ook nog eens vrijelijk mochten communiceren met elkaar en de rest van de wereld. Apple heeft dit voor elkaar gekregen, en er een aantal diensten omheen gebouwd: de App Store, iMessage (een soort WhatsApp, voor de niet-ingewijden), iCloud.

Wat ik persoonlijk vooral een revolutie vind is de manier waarop alle producten en diensten van Apple met elkaar zijn geïntegreerd. Als ik op mijn telefoon een naam verbind aan een telefoonnummer, weet mijn Mac dat op vrijwel hetzelfde moment ook. En omgekeerd. Dankzij de dienst die iCloud heet. Mijn adresboek is nooit zo op orde geweest als sinds ik een iPhone gebruik. Hetzelfde geldt voor mijn agenda, de foto’s die ik neem, aantekeningen die ik onderweg of thuis maak, en sinds de nieuwste versies van de besturingssystemen ook alle wachtwoorden die ik gebruik. Uiteraard weet mijn iPad dit ook allemaal. Het maakt niet meer uit op welk apparaat ik werk: alle informatie is altijd overal up-to-date. En als ik werk met Apple’s eigen versies van de “office”-producten geldt het ook voor de documenten waarmee ik werk. Ik pak gewoon het apparaat dat op dat moment het handigst is, meestal een iPad of mijn Macje.

Dus, roept iedereen nu, wat is de volgende revolutie, Apple? Wanneer komen jullie met die revolutionaire tv, of dat supercoole transparante horloge? Je hoort nogal eens zeggen dat het niet goed meer gaat met Apple, sinds Steve Jobs er niet meer is. En ook ik heb wel eens gedacht dat het nu meer evolutie dan revolutie is. Maar terugkijkend zijn er wel degelijk echte revoluties geweest, alleen niet zo veel als wel eens wordt gedacht. En wat ik net de revolutie van de integratie noemde is eigenlijk ook meer evolutie dan revolutie geweest. Ook de Apple-organisatie zelf is in de loop der jaren sterk geëvolueerd. Zonder die strak geleide organisatie zouden de revoluties misschien wel in de laboratoria plaatsvinden, maar zouden ze nooit op grote schaal beschikbaar zijn gekomen voor de hele wereld. Kortom, de evolutie is minstens zo belangrijk als de revolutie. Wat Apple-producten zo perfect maakt is de voortdurende verbetering die Apple aanbrengt. Evolutie, dus. Bovendien kan evolutie ook tamelijk revolutionair zijn. Kijk maar naar de nieuwe stijl van iOS 7. Er waren nogal wat mensen geschokt doordat de knopjes en de icoontjes er ineens heel minimaal uitzagen. Maar reken maar dat de wereld weer zal volgen. En reken maar dat Apple in de komende jaren geleidelijk aan verbeteringen zal aanbrengen.

Maar, laat me je vertellen wat de volgende Apple-revolutie gaat worden. Niet verder vertellen, het is nog geheim. Het is de iWatchTV. Ik kan je natuurlijk niet alle details verklappen, maar denk aan een tv die je bedient met je horloge. Waarbij je als je wilt op je horloge eerst even kunt spieken op een andere zender of je wel wilt overschakelen (als de wedstrijd spannend wordt, bijvoorbeeld). Daarnaast is de tv ook te gebruiken als een extra scherm voor je iPad of Mac, via AirPlay. Maar de echte revolutie zit in de diensten die om dit product heenkomen. Denk aan interactieve tv (communicatie in één richting is wel heel ouderwets) en integratie met programmagidsen en Uitzending Gemist. Ik mag er nog niet te veel over vertellen, want Apple ligt nog behoorlijk in de clinch met de kabel- en omroepmaatschappijen, die hun macht zien verschrompelen. ’t Is altijd hetzelfde, met die revoluties.

Advertenties

bigstock-Shared-Thought-44626858

In een eerder artikel schreef ik over Communicado, de iPad-app die ik heb gemaakt voor mensen met afasie. Zij gebruiken het om te communiceren met andere mensen. Dat wat niet gezegd kan worden, kan worden aangewezen in de app. Er moet dan wel iets zijn om aan te wijzen: er moet eerst inhoud worden toegevoegd aan Communicado, in de vorm van rubrieken met items. Het zijn die items die later kunnen worden aangewezen. De toe te voegen inhoud is voor een deel persoonlijk, omdat wat een ieder te zeggen heeft vaak persoonlijk is. Je wilt iets zeggen over de mensen die je kent, of over je directe omgeving. Maar een ander deel van de inhoud is niet persoonlijk en zou kunnen worden gedeeld tussen de verschillende gebruikers. Daarvoor is er nu in Communicado versie 1.3 (sinds een week beschikbaar) een voorziening: het downloaden van rubrieken.

Iemand die inhoud wil toevoegen aan Communicado maakt gebruik van de zgn. wijzigbalk. Deze balk is normaal niet in beeld (want: zou de eigenlijke gebruiker alleen maar afleiden), maar kan zichtbaar worden gemaakt. In de wijzigbalk zitten knoppen waarmee de inhoud kan worden aangepast. Voor zowel rubrieken, subrubrieken als items is er een knop voor het toevoegen, en een knop voor het verwijderen. In Communicado 1.3 is er voor rubrieken en subrubrieken een derde knop toegevoegd: Download. Het aanraken van de knop toont een lijstje met beschikbare rubrieken. Er wordt verbinding gemaakt met de centrale Communicado-server om de rubrieken op te halen (in verkorte vorm). In de taal van de gebruiker (we ondersteunen iedere taal zolang het Nederlands of Engels is…) worden namen en korte omschrijvingen van de rubrieken gegeven. Na keuze van een rubriek wordt de volledige rubriek bij de server opgehaald, met alle teksten, afbeeldingen en geluiden. De opgehaalde rubriek wordt  daarna toegevoegd op de plek waar op de download-knop was gedrukt (d.w.z.: als toprubriek of als subrubriek onder een andere rubriek).

Communicado Download

De download-voorziening is pas net in de lucht, en er is nog niet veel standaard-inhoud op de server aanwezig. Die is grotendeels beschikbaar gesteld door een enthousiaste Communicado-gebruiker. Mijn idee, en hoop, is dat ook andere gebruikers die tijd hebben besteed aan het maken van inhoud, een deel daarvan beschikbaar willen stellen aan anderen. Om die reden is er in Communicado 1.3 ook een upload-functie aanwezig, maar die is niet voor iedereen zichtbaar. Pas na toestemming van de server worden de upload-knoppen getoond. Of eigenlijk: nadat ik in de server heb ingesteld wie er mag uploaden. Ik wil het nog even niet algemeen beschikbaar stellen, omdat per rubriek die wordt ge-upload ook aan de server-kant nog wat werk moet worden verricht. Door mij.

Maar ik ben niet van plan iemand tegen te houden die bereid is om een bijdrage te leveren door rubrieken te uploaden. Dus, beste lezer: als je een Communicado-gebruiker bent, en wel iemand van de soort die inhoud toevoegt: ga naar de Communicado website en meld je aan. Ik ga dan de server ervan overtuigen om je toe te laten als uploader. Ik kan wel met die server overweg: tenslotte heb ik ‘m zelf geschreven. In Java natuurlijk, maar da’s een ander verhaal.

300px-Xerox_Alto_mit_Rechner

In het vorige artikel noemde ik het terloops: veel van wat we vandaag de dag doen met computers is uitgevonden door Xerox. Dat is een boeiende geschiedenis, al vaak verteld, maar laat ik het nog eens samenvatten. Om precies te zijn gaat het over Xerox PARC, het Palo Alto Research Center. Zo ongeveer alles wat onze computers gebruiken is daar bedacht of voor het eerst serieus toegepast. Grafische schermen, grafische user interfaces, WYSIWYG, windows, menu’s, Ethernet, laserprinters, object-oriented programmeren. Daarna door iedereen met succes toegepast. Behalve door Xerox.

De meest treffende voorbeelden:

Laserprinters. Vooral belangrijk in het bedrijfsleven voor haarscherpe afdrukken. Een uitvinding die door Xerox wel met succes is toegepast, maar die op grotere schaal bekend is geworden door met name Canon en HP.

Bitmap graphics. Ooit stond er alleen tekst (alle letters even groot) op een computerscherm. Tegenwoordig is ieder puntje op het scherm (iedere pixel, zoals dat heet) apart in te vullen, waarmee zowel tekst (in elke grootte en dikte) als afbeeldingen kunnen worden weergegeven. Iedere pixel was een bitje in het geheugen (de bitmap), bij de oorspronkelijke zwart-witschermen. Voor een kleurenscherm zijn per pixel meer geheugenbitjes nodig. De computer die Xerox ermee maakte heette de Alto. Een soort oer-Mac.

Graphical user interface (GUI). Een combinatie van windows, iconen en menu’s, waar met een muis selecties in kunnen worden gemaakt. De muis was al eerder uitgevonden (bij het Stanford Research Institute, vlakbij PARC), maar werd door PARC voor het eerst op grotere schaal toegepast.

“What You See Is What You Get” (WYSIWYG). Het principe waarbij het computerscherm de tekst en afbeeldingen exact toont zoals ze op papier gaan komen.

Ethernet. Een Local Area Network (LAN) om computers, printers en andere apparaten met elkaar te verbinden. Oorspronkelijk een coax-kabel waarop alle apparaten letterlijk werden ingeprikt. Later onze huidige “Cat 5”-kabels.

Object-oriented programming (OOP). Bij PARC ontwikkelde men de taal Smalltalk, de voorloper van veel huidige OO-talen. OOP is niet helemaal door PARC uitgevonden; een aantal ideeën is overgenomen uit de taal Simula, een aantal jaren eerder bedacht in Noorwegen.

En wat deed Xerox met dit moois? Niets, of bijna niets. Xerox zei: “Nah, we maken kopieermachines”. Een historische denkfout, want de wereld ging een andere kant op. De uitvinders bij PARC hadden dat al snel door, wat de nodige frustraties opleverde. Een aantal van hen nam de ideeën mee naar een nieuw bedrijf (de uitvinders van Ethernet, bijvoorbeeld, richtten het bedrijf 3Com op, dat jarenlang voorop liep bij netwerken). Een aantal anderen, met name de GUI- en OOP-uitvinders, “liep over” naar Apple. Waar men de ideeën verbeterde en de Lisa (1982, niet zo succesvol) en de Macintosh (1984, nog steeds populair) op de markt bracht. Later kwam daar de LaserWriter bij, een door Canon voor Apple gefabriceerde laserprinter. Dat werd het begin van de desktop publishing-revolutie, waar o.a. Adobe zijn bestaan aan heeft te danken.

Er is veel geschreven over wat Apple heeft gedaan met de PARC-ideeën. Niet alles daarvan is correct (en dat is een understatement). Zo is lange tijd gesuggereerd dat Apple de ideeën van PARC heeft gestolen, of afgekeken. Dat is niet waar, zoals sommige meer recente artikelen aantonen. Kort samengevat: Apple had de oorspronkelijke ideeën voor grafische user interfaces zelf ook al, maar een bezoek aan Xerox bevestigde dat Apple op de goede weg was. Wat er wel gebeurde: tijdens dat bezoek werd het de PARC-uitvinders duidelijk dat Apple hun ideeën wél serieus nam. Het leek erop dat Steve Jobs een betere visie op de toekomst had dan Xerox. Met als gevolg de verhuizing van een aantal van de belangrijkste PARC-medewerkers naar Apple. Slim van ze.

Het is natuurlijk wel zo dat de computers van vandaag er zo langzamerhand wat anders gaan uitzien. We hebben nu touch screens, en iPads en iPhones. Daar heeft Xerox toch zeker geen aandeel in gehad? Eh, jawel. Een beetje toch. Een inmiddels beroemde onderzoeker van Xerox PARC, Alan Kay, had al jaren eerder een studie gedaan naar een toekomstige computer. De Dynabook, dat was zijn droom. Zag er zo uit, op papier:

Dynabook

Een soort iPad, toch? De toenmalige technologie (we hebben het over 1972!) stond de fabricage ervan in de weg, maar Alan Kay had het goed gezien: zo moeten computers werken. Dat we daarvoor eerst een Alto en een Mac nodig hadden was bijzaak. Kwestie van tijd. Alan Kay heeft later voor Apple gewerkt en ongetwijfeld een steentje  bijgedragen aan wat we nu dagelijks in handen hebben.

In de tijd dat ik zelf voor Apple werkte (niet zo heel veel historische steentjes bijgedragen, vrees ik) kwam ik geregeld in Silicon Valley. Dus ik, als fan van al dat mooie speelgoed, huurde een auto, stuurde hem de mooie glooiende Coyote Hill Road op, en zag mijn Mekka: Xerox PARC. Dat viel nogal tegen. De genialiteit straalde er niet van af. Een gebouw, zoals alle andere gebouwen in Silicon Valley. Laagbouw, vanwege de aardbevingen. Groen gras eromheen, dankzij veel watersproeiers. Omgeven door parkeerplaatsen vol met auto’s natuurlijk (al was Palo Alto de enige plaats daar waar nog weleens werd gefietst, dankzij de nabijheid van Stanford University). Ik ben maar weer omgekeerd. Back to the future.

step1-appletv-hero

Ik hoor van mijn Java-cursisten vaak dat ik zo veel over Apple praat. Sommigen stellen dat niet op prijs. Terecht, waarschijnlijk, want Java staat los van Apple. Maar in deze blog mag ik me uitleven, dus dat doe ik maar even. Het is vakantie, ik mag spelen. Dus kocht ik voor mezelf een Apple TV. En vond daarvoor zelfs een excuus.

Apple TV is een apparaatje dat je aansluit op je tv via een HDMI-kabel. Het plukt beelden uit de “lucht” (via netwerkkabel of wi-fi) en vertoont ze op je tv. Die beelden kunnen verschillende bronnen hebben: films die je huurt of koopt via de Apple TV, of internetdiensten zoals flickr, YouTube of vimeo. Of video’s en foto’s die op je computer of je telefoon of tablet staan. Daarnaast kun je de Apple TV gebruiken als extra scherm voor je iPad of (in de nabije toekomst) je Mac. En naast beeld ondersteunt de Apple TV ook geluid. Denk aan muziek van je iTunes bibliotheek, of van internetdiensten waarop je een abonnement hebt.

Er is één probleem met mijn Apple TV: ik heb geen tv waarop ik hem kan aansluiten. Als tv gebruik ik een Mac met een EyeTV erop aangesloten. Dat doet hetzelfde als een tv en een videorecorder samen. En beter. Met enige handigheid in het omgaan met de Mac is het een zeer bruikbare tv. Je kunt het live-beeld pauzeren of terugspoelen, wat zo handig is dat we het missen als we weer eens naar een “echte” tv kijken. “Wat zei ze nou? Even terugspoelen.” En je kunt eenvoudig instellen welke programma’s je wilt opnemen door ze te selecteren in een ingebouwde actuele tv-gids. Met allerlei toeters en bellen, waarover ik het nu niet wil hebben. Moderne tv’s hebben deze mogelijkheden ook, maar dan niet met het bedieningsgemak (en de opslagcapaciteit) van een Mac. Maar, ondanks alle voordelen, is er één ding dat ik niet kan met mijn “tv”: er een Apple TV op aansluiten. Een Mac heeft namelijk geen HDMI-ingang. In het uiterste geval zou je misschien via een HDMI naar display port converter de Apple TV op een 27″ iMac kunnen aansluiten.

Maar eerlijk gezegd: die combinatie van een Mac en EyeTV maakt een Apple TV ook overbodig. Want de Mac kan alles wat de Apple TV kan. Alleen: hoe kan ik mijn cursisten nou lastig vallen met Apple als ik niet alles van Apple weet? Ik “moest” dus een Apple TV. Even een stukje techniek: mijn theorie was dat ik via een HDMI-naar-DVI-plug de Apple TV zou kunnen aansluiten op mijn oude Apple Cinema Display (een externe monitor die hier voornamelijk stof stond te vangen). En die theorie werd niet tegengesproken door de winkel waar ik de Apple TV kocht, met één kanttekening: DVI ondersteunt geen geluid. Iemand zei: DVI is hetzelfde als HDMI, maar dan zonder geluid. Gelukkig heeft de Apple TV ook een (optische) audio-uitgang, dus dat was op te lossen. De winkel ernaast verkocht me een Argon DA-convertertje met een optische ingang, een lief klein dingetje dat ervoor zorgde dat ik de audio van de Apple TV kon aansluiten op een setje actieve boxjes met een lijn-ingang. Probleem opgelost.

En inderdaad: ik krijg prachtig beeld van de Apple TV op de monitor en prachtig geluid op de boxjes. Ik kan de hele wereld afstruinen naar beeld en geluid. Met een klein probleempje: zodra ik serieus (HD) beeld van de buitenwereld binnenhaal treedt de ingebouwde kopieerbeveiliging (HDCP) in werking. De Apple TV weigert deze beelden te tonen. Blijkbaar is er in echte tv’s iets ingebouwd waardoor de Apple TV wordt gerustgesteld, maar met Apple’s eigen monitor (die formeel niet HD is) werkt dat niet. Einde oefening.

HDCP

Althans, wat betreft beeld. Met geluid is er geen enkel probleem. Ik speel op de Apple TV via AirPlay muziek af vanaf elke Mac, iPhone of iPad in huis (we hebben er wel een paar). Ik luister zelfs naar de muziek die op de Mac van de buurvrouw staat (waarvan ik toevallig het wachtwoord weet). Ik speel met iTunes Radio (beschikbaar in een nieuwe beta van iTunes, als je een Amerikaanse iTunes-account hebt). Geweldig! De mooiste radio die ik ooit heb gehad, want hij toont er een foto van de hoes bij en laat me het nummer kopen als ik het mooi vind. Of overslaan als ik het niet mooi vind. (Maar waarschijnlijk mag ik daar nog niet over schrijven, dus dat doe ik maar niet.)

Wanneer is de vakantie afgelopen? Ik kan nauwelijks wachten tot de volgende Java-cursus. Misschien intussen toch maar even de zon in.